Regels
Minigolf is een eenvoudig spel dat bij jong en oud populair is!
1 Sla de bal in zo weinig mogelijk slagen in de hole (putje), iedere slag is 1 punt waard
2 Als je eerste slag niet meteen in de hole zit dan speel je verder vanaf het punt waar de bal is gestopt en tracht je weer te putten.
3 Ligt je golfbal tegen een hindernis of de rand van de minigolfbaan dan mag je de bal van de rand afleggen. De afstand is de lengte van je puttervoet. (deel van de golfclub waarmee je tegen de bal slaat)
4 Springt de bal uit de baan:
4.1 voor de eerste hindernis, verder spelen vanaf het afslagpunt.
4.2 na de eerste hindernis, verder spelen vanaf de plaats waar de bal uit de baan ging. De bal mag 1 puttervoet uit de baanrand worden gelegd.
Ingeval b. één extra slag noteren.
5 Lukt het niet om in 7 slagen de hole te maken dan stop je en schrijf je 8 slagen op.
6 Gaat de bal in 3 slagen niet langs of over een hindernis, dan mag men de bal achter de hindernis leggen mits de hindernis niet tevens de hole is. U dient één extra slag te noteren.
7 Bij het slaan mag men de baan betreden, het is wel verboden om over de hindernissen te lopen
8 Wie na 18 holes de minste slagen heeft is de winnaar.